Verbazing in Silicon Valley

Onlangs was ik in Silicon Valley, de bakermat van de informatietechnologie. Daar zitten de meeste IT-reuzen en is het een walhalla van gelukzoekende tech-start-ups. Elk land heeft wel een regio die moet uitgroeien tot de lokale silicon valley. Maar er gaat nog steeds niets boven de originele Silicon Valley. Hier vindt ook de veelbesproken disruptie zijn oorsprong. Ik heb daar onlangs een tijdje kunnen rondkijken. Wat mij daar opviel is het succes van Lyft als alternatief voor het überbekende Uber: een nog goedkopere en nog betere taxidienst.

Er opereren in Silicon Valley nu drie ‘taxi-ecosystemen’ naast elkaar: behalve Lyft is er de ‘game changer’ Uber en de klassieke taxidienst City Cab is er ook nog. Hoe bestaat het dat deze drie alternatieven gewoon naast elkaar kunnen bestaan? Ze beconcurreren elkaar natuurlijk en er is beslist sprake van enige animositeit. Toch hebben ze alle drie bestaansrecht.

Lyft is voor de inwoners, vanwege de aparte manier van betalen, dat kan alleen met een Amerikaanse creditcard. Die is voor mij als buitenlander niet verkrijgbaar en ik kon Lyft alleen gebruiken door mee te rijden met een ‘local’. Merkwaardig in deze tijd en al zeker in Silicon Valley. De verklaring ligt in de aard van Lyft: het is de goedkoopste van de drie en ik denk dat er voor de goedkoopste betaalmethode is gekozen. Hoe die bodemprijs haalbaar is wordt duidelijk als een Lyft-taxi wordt besteld.

Dat gaat vanzelfsprekend via een app en dan kan het gebeuren dat er een oud barrel verschijnt met een chauffeur die kennelijk bijklust en zijn eigen navigatiesysteem gebruikt. Maar je komt van A naar B en de prijs is aantrekkelijk. De kwaliteit van City Cab is een stuk beter en daar betaal je voor: de prijs is pakweg het dubbele van Lyft. Uber zit daar zo’n 40 procent onder. Maar Lyft heeft als enige een carpooling-module die het mogelijk maakt de kosten van de rit met anderen te delen. Wie met de auto naar zijn werk gaat kan zo wat bijverdienen.

Opmerkelijk is dat zowel Uber als Lyft dynamische tarieven hanteren. Tijdens spitsuren schiet de prijs omhoog, met technologie is dat allemaal prima te regelen. Hier heeft de traditionele taxi dan weer een voorsprong op zijn concurrenten, want die rekent geen hogere prijs. En als je je smartphone bent vergeten, of als de internetverbinding wegvalt, zit er niets anders op dan met handopsteken een traditionele taxi aan te houden.

Ik denk dat uit deze observaties een interessante les te leren valt. Deze taxisystemen kunnen blijkbaar goed naast elkaar bestaan, het aanbod verschilt blijkbaar voldoende. Prijs alleen is niet zaligmakend, de kwaliteit en het behoeftemoment spelen ook een rol. Bovendien valt door bepaalde keuzes (het betaalsysteem) ook een categorie potentiële klanten af.

Als ik met dit in het achterhoofd naar mijn eigen print-business kijk, zijn de printers en mfp’s die de meeste bedrijven nog hebben staan te vergelijken met de klassieke taxi’s: altijd beschikbaar, prima kwaliteit, maar ook een corresponderende prijs. Innoprint, dat we begin dit jaar hebben aangekondigd, lijkt op Uber. Via de cloud kan je printen op een printer in de buurt (bijvoorbeeld een Bruna-vestiging) en je betaalt alleen voor de prints die je maakt. Er is dus nog ruimte voor een derde systeem: particulieren die hun eigen printer ter beschikking stellen. De kwaliteit van de print en de dienstverlening (‘trappen op naar driehoog achter’) moet je maar afwachten, maar de prijs zal bijzonder laag zijn. Hoe groot de disruptie ook is, er blijft altijd ruimte voor alternatieven. Hoeveel precies? Dat hangt af van de vraag. Zoals altijd!

Dirk Olivier, oud-algemeen directeur Veenman

Blijf op de hoogte: Aanmelden nieuwsbrief